Autisme: Klassiek autisme

  • 13 juni 2023
  • Geschreven door: René Dekker
  • Leestijd: 3 minuten

De Zwitserse psychiater Eugen Bleuler beschreef rond 1911 als eerste autisme. Daarvoor werd er wel over geschreven en gesproken, maar niet met de term autisme. Het woord autisme komt van het Griekse woord “autos”, dat omschreven kan worden als zelf/eigen. Het geeft dan ook aan dat het om een persoon gaat die zichzelf uit sociale situaties ziet/plaatst, egocentrisch is, op zichzelf gericht. Bleuler beschreef hier echter een groep mensen met schizofrenie.  Pas na 1940 gingen psychiaters een andere groep mensen met bepaalde gedragingen benoemen met autisme. Leo Kanner, een dokter van de Johns Hopkins University, ging de term gebruiken voor een groep kinderen die sociaal en emotioneel teruggetrokken waren. Tot rond 1960 bleven psychiaters en dokters autisme, zoals we dat nu kennen, en schizofrenie aan elkaar linken. Daarna gingen de professionals pas verschillen zien en gingen ze de twee stoornissen los van elkaar zien. Tot in de jaren ‘70 van de vorige eeuw, werd autisme “behandeld” met drugs en soms zelfs elektronische shock therapie. Pas in de jaren ‘80- en begin jaren ‘90 van de vorige eeuw, gingen professionals meer zien in gedragstherapie en andere vormen van behandeling en begeleiding bij autisme.

Klassiek autisme, ook wel kernautisme of het syndroom van Kanner genoemd, is de meest diepgaande, meest complexe vorm van autisme.

Klassiek autisme: oorzaken

De oorzaak van autisme is nog niet bekend. Er zijn wel een hoop theorieën. Waarschijnlijk spelen fysiologische, sociologische en psychische factoren elk hun rol. Er zijn ook professionals die denken dat autisme uit een infectie ontstaat. De laatste tijd wordt er ook gekeken naar bepaalde vaccinaties die kinderen al heel jong krijgen, die autisme zouden veroorzaken. Hier is echter nog geen wetenschappelijk bewijs voor. Waar door velen vanuit wordt gegaan is dat het een neurobiologische (problemen met de informatieverwerking in de hersenen) oorzaak heeft, waarbij erfelijke factoren een rol spelen.

Klassiek autisme: kenmerken

Klassiek autisme valt onder de noemer Autisme Spectrum Stoornis (ASS).  Een spectrum stoornis geeft aan dat het om een brede stoornis gaat. De omschrijvingen en kenmerken zijn breed en bij elk persoon anders, het kan zich bij elk persoon anders uiten. Klassiek autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Dit geeft aan het een stoornis is die de gehele ontwikkeling kan verstoren of beïnvloeden.

Bij alle vormen van autisme, dus ook klassiek autisme, zijn er drie kenmerkende gebieden waarbij er een stoornis of achterstand te zien is;  een stoornis in de sociale interactie, verbale- en non-verbale communicatie en in de verbeelding. Vaak is er ook sprake van stereotiep gedrag. Om echt te spreken over autisme is er een verstoring, een achterstand,  op deze drie gebieden vóór het derde levensjaar.  De diagnose autisme, in welke vorm dan ook, kan pas na multidisciplinair onderzoek vastgesteld worden, door een gespecialiseerd multidisciplinair team (MDT). Zo’n team kan uit bijvoorbeeld een psycholoog, (ortho)pedagoog, maatschappelijk werker, logopedist, psychomotorisch therapeut en een arts bestaan.  Zij bepalen samen, aan de hand van de DSM-IV (boek over diagnoses bij stoornissen en gedragsproblemen) en elk hun eigen kennisgebied, of er sprake is van autisme en welke vorm of hoe diepgaand het aanwezig is.

In deze klassieke vorm van autisme is er in tachtig procent van de diagnoses sprake van een lage intelligentie of verstandelijke beperking.

  • Sociale interactie

Bij de meest diepe vorm van autisme kan het zijn dat een kind zich volledig kan afsluiten voor zijn of haar omgeving. Vaak weten kinderen met autisme niet wat het sociaal (verwachte) geaccepteerde gedrag is in situaties.  Hun gedrag kan dan overkomen als raar of vreemd. Veel kinderen met autisme zoeken vaker volwassenen en jongere kinderen op dan leeftijdgenootjes. Bij jongere kinderen kan het dan zijn dat ze het gedrag of de uitdrukkingen van volwassenen niet overnemen of juist op een napratende, niets zeggende, manier. Andere opvallende kenmerken zijn bijvoorbeeld geen oogcontact maken en geen initiatief nemen om contact te leggen met anderen. Een relatie aangaan, in welke vorm dan ook, kan heel moeilijk zijn voor een kind met autisme. Daarnaast kan een kind met autisme het moeilijk vinden om zijn bezigheden en plezier te delen met een ander.

  • Verbale- en non-verbale communicatie

De communicatie is zeker ook een kenmerk dat opvalt bij autisme. Oogcontact is ook een vorm van (non-verbale) communicatie. Vaak kijken kinderen met autisme de ander niet graag aan of kijken ze net langs ze heen of bijvoorbeeld naar hun haargrens of voorhoofd. Daarnaast nemen kinderen met autisme taal vaak letterlijk. Figuurlijke of spreekwoordelijke taal vinden zij moeilijk te begrijpen. Opvallend in de taal die kinderen met autisme vaak gebruiken is een plechtige toon, veel herhaalde woorden en monotoon. Een gesprek aangaan, vooral met een vreemde of minder bekende, is moeilijk en vaak gaat het gesprek dan over de eigen interesse van het kind. Het gesprek lijkt dan erg eenzijdig. Er wordt tegen iemand gesproken, niet met iemand.

  • Verbeelding

De verbeelding en het voorstellingsvermogen bij kinderen met autisme is vaak minder sterk ontwikkeld. Spelletjes spelen waarbij doen- als-of een rol speelt, vinden zij niet interessant en daar doen zij dan ook niet aan mee. Plannen maken die ver vooruit gaan kan soms ook lastig zijn voor een kind met autisme. De stoornis in het voorstellingsvermogen zorgt ervoor dat zij moeite kunnen hebben met plannen.

  • Stereotiepe en rigide gedrag

Een kind met autisme kan een neiging hebben tot een bepaalde specifieke hobby, interesse of bepaalde voorwerpen. Dit kan dan samen gaan met bewegingen of gewoonten die voor iemand zonder autisme geen functie of zin hebben. Kinderen met autisme hebben daarnaast vaak behoefte aan vastliggende ritmes en gewoonten.

Kinderen met autisme letten vaak meer op de details. Ze krijgen niet een volledig plaatje binnen, maar eerder allemaal losse details.

Door de overvloed aan prikkels, geluiden, woorden, geuren enzovoort, die binnen komen, kan het lastig zijn voor een kind met autisme om alles duidelijk te krijgen. Dit kan voor stress en een onveilig gevoel zorgen. Vaak hebben deze  kinderen een manier om orde in de chaos te scheppen, door bijvoorbeeld heen en weer te bewegen in een ritme of door zich op een andere manier volledig af te sluiten .

Klassiek autisme: comorbiditeit

Bij autisme komt het vaker voor dat er ook een andere stoornis tegelijkertijd speelt. Daarnaast kan het zijn dat de ene stoornis een oorzaak heeft in de andere stoornis of dat ze dezelfde oorzaak hebben. Epilepsie komt gemiddeld vaak voor bij kinderen met autisme. Bij klassiek autisme gaat dit om ongeveer 30%. Dit komt vaak pas later, tijdens de puberteit. Daarnaast kan het zijn dat deze vorm van autisme samen gaat met een verstandelijke beperking. Andere stoornissen die relatief vaak samen worden gezien met autisme, zijn ADHD, angststoornissen, obsessief en  dwangmatig gedrag, obsessief-compulsieve stoornis (OCD), eetproblemen en slaapproblemen.

Tips!

  • Leer zo veel mogelijk over autisme

Er is veel geschreven over autisme; hulpboeken, literatuur, wetenschappelijke onderzoeken en nog veel meer. Door veel te leren over autisme en dit vervolgens naast de eigenheid van jouw kind te leggen, kan je als ouder je kind beter begrijpen en hem of haar begeleiden.

  • Zoek professionele hulp in de begeleiding

Professionele hulp kan geboden worden door onder andere  psychiaters, psychologen, pedagogen. Hulp kan op veel manieren geboden worden, zowel thuis als op school. Maar ook door een dagje (kan ook regelmatig, op geplande data) op stap te gaan met je kind en de zorg ervoor even uit je handen te nemen. Een kind met autisme kan zwaar wegen op het gezin. Een regelmatig dagje rust en tijd voor jezelf is dan niets om je voor te schamen. Dit geeft je nieuwe kracht en energie als ouder om goed voor je kind te zorgen.

  • Maak gebruik van duidelijke taal, afspraken en planning

Maak afspraken, planningen en schema’s. Zorg voor duidelijke taal. Je kan ook gebruik maken van pictogrammen. Dit zijn afbeeldingen van activiteiten die duidelijk aangeven  wat er gaat gebeuren. Je kan deze voor dag- en weekplanningen gebruiken. Ook op de school van je kind kan dit een nuttige, duidelijke manier van dagindeling zijn.