Na zwangerschap en bevalling is borstvoeding de logische volgende stap. Het lichaam dat een kind kon maken, laten groeien en geboren laten worden, kan daarvoor ook voeding maken. Een goede voorbereiding geeft de meeste kans op succes. Goede voorbereiding op borstvoeding geven bestaat niet uit oefeningen en zo, maar uit leren hoe een baby werkt en hoe borstvoeding werkt. Dit artikel gaat in op basiskennis van die twee zaken.
Zoogdieren
Biologisch gezien zijn mensen dieren, of om precies te zijn zoogdieren. Dat betekent dat wij onze kinderen in de eerste periode van hun leven voeden met melk die we zelf voor ze maken. Het lichaam van de vrouw is er van nature op ingericht. Dde borsten bereiden zich tijdens de zwangerschap voor op het produceren van melk. Dat gebeurt door het groeien en ontwikkelen van de melkklieren. Zodra het kind en de placenta zijn geboren veranderen alle hormonen en gaat de melkproductie goed van start.
Moedermelk
De eerste dagen is dat colostrum. Colostrum ziet eruit als een gelige, soms oranjeachtige, dikke kleverige vloeistof. Colostrum komt over het algemeen in kleine beetjes per keer: de eerste dag ongeveer een theelepeltje per keer, de tweede dag een kleine eetlepel en de derde dag twee eetlepels. Colostrum is voeding en bescherming voor de baby. Als voeding zorgt het er voor, ook door de kleine beetjes die vaak nodig zijn, dat de bloedsuikerspiegels snel normaal worden en dat ook blijven. De beschermende stoffen leggen een beschermend laagje in de darmen en zijn de basis voor een gezonde darmflora, die beschermt tegen allerlei infecties.
Na die eerste dagen komt de echte melk. Eerst is dit nog vermengd met colostrum, maar later is het alleen echte moedermelk. Deze melk is niet meer zo romig om te zien en kan er zelfs soms waterig uitzien. Dit is normaal en precies wat een mensenkindje nodig heeft. Het zit boordevol met eiwitten, gezonde suikers en vetten, vitaminen, mineralen en nog meer beschermende stoffen. De hoeveelheid kan klein blijven per keer. Als er vaak genoeg wordt gevoed is dat over de hele dag toch genoeg. Na een maand maakt een moeder gemiddeld tussen 750 en 1000 ml melk per 24 uur. Deze hoeveelheid blijft het grootste deel van het eerste levensjaar ongeveer gelijk.
In de melkklieren zitten prolactine receptoren of ankerplaatsen. Prolactine is het hormoon dat aanzet tot melkproductie. Als de melkklier leeg is, kunnen veel receptoren worden gevuld en wordt er in hoog tempo melk aangemaakt. Naarmate de melkklier gevuld raakt, zijn er minder ankerplaatsen voor prolactine. In de gemaakte melk zit een heel specifiek stukje eiwit dat ervoor zorgt dat de melkaanmaak wordt vertraagd en uiteindelijk stopt. Hoe voller de melkklier, hoe meer van deze rem erin zit en hoe trager de melkproductie wordt. Zo kan het dat er meer melk komt als er niet wordt gewacht met voeden tot de borsten helemaal vol met melk zitten.
Er is nog iets bijzonders wanneer borsten vol, danwel leeg zijn. In de volle melkklier kan het melkvet zich goed aan de wanden hechten, want de wanden zijn uitgerekt en bieden volop plaats. Het vet zit dan niet in de melk en de melk in de volle borst is dus mager. Naarmate de borst leger wordt, kan het vet zich niet meer aan de wanden hechten en komt het vrij in de melk. Daardoor is de melk die in een bijna lege borst zit heel vet. Dat is een andere reden om niet te wachten met voeden tot de borsten helemaal vol zijn. Vet in moedermelk is erg belangrijk. Het levert energie voor het harde groeien van een baby, het levert de belangrijke in vet oplosbare vitamines D, E en K en het zorgt voor een goede vertering van de melk. Door zo vaak te voeden dat de borsten nooit erg vol zijn, krijgt de baby dus lekkere vette melk en zal hij goed en gezond groeien en zich ontwikkelen.
De baby
Een baby wordt geboren met het vermogen om zelf zijn eten te vinden en zelf te weten hoeveel en wanneer hij eten nodig heeft. De moeder moet er alleen voor zorgen dat hij dicht genoeg in de buurt is om ook zelf aan de borst te kunnen gaan elke keer dat hij voelt dat dat nodig is. Een baby wordt ook geboren met een grote behoefte aan de nabijheid aan een ander mens, bij voorkeur die met de melk. De behoefte aan menselijk contact en lichaamscontact is bijna net zo groot als die aan voedsel. De baby die het grootste deel van de tijd tegen zijn moeder aan ligt, of maximaal op armlengte afstand, kan goed bij zijn eten en kan ook goed aangeven wat hij nodig heeft. Baby’s kunnen niet goed tegen alleen zijn, want ze weten niet dat er geen gevaar dreigt en dat mama echt vlak bij is. Als mama niet zo dichtbij is dat ze kan worden aangeraakt kan de baby erg bang worden en daarvan in de stress schieten. Stress bij baby’s is veel erger dan bij volwassenen en veel, vaak en lang onder stress leven kan de hersenontwikkeling van het kind aantasten. Dit geldt ook voor kinderen die stoppen met huilen terwijl ze nog alleen zijn. Ze zijn nog wel bang en gestrest, maar laten dat niet meer merken.
Direct na de geboorte wordt de baby bij de moeder op de borst gelegd. Het werkt het beste als de moeder daarbij niet plat op haar rug ligt, maar ook niet kaars-rechtop zit. Achterover leunend, met hoofd en schouders hoger dan de heupen is de fijnste houding. De baby die dan op zijn buik bovenop moeder ligt, ligt dan ook met zijn hoofd en schouders hoger dan met de heupen. In die houding werken zijn instincten en reflexen het beste en kan hij prima zelf de borst vinden en gaan drinken (dat noemt men zichzelf aanleggen). Deze houding (al dan niet bloot op bloot) is ook in de dagen en weken erna een prima houding om de baby zijn eigen weg te laten vinden en de borst goed te laten aanhappen en drinken.
Het maagje van de pasgeboren baby is nog niet erg rekbaar en kan in de eerste dag een theelepel colostrum bevatten, de tweede dag een kleine eetlepel en de derde dag twee eetlepels. Dit zijn net de hoeveelheden colostrum die moeders gemiddeld maken. Deze kleine hoeveelheden moeten wel vaak binnen komen, rond de tien tot twaalf keer minimaal per etmaal, dag en nacht. (Ook kindjes die geen borstvoeding krijgen zouden op die manier moeten worden gevoed.) Daarna kan er elke dag wat meer in, maar een voeding zou in de eerste maand nooit boven de 70-100ml uit moeten komen. De voeding verteert beter als de maag niet te vol is en de baby zal met een vollere maag meer spugen. De baby went met grotere maaltijden aan het uitrekken van de maag. Dit kan een factor zijn bij het later krijgen van overgewicht.
In het kort
Moeders en baby’s zijn van nature voorbereid op het maken, geven en drinken van moedermelk. Wie weet hoe die processen werken en wat baby’s nodig hebben komt goed beslagen ten ijs en zal minder problemen ondervinden. Wie toch problemen krijgt of meer wil weten kan daarvoor terecht bij een lactatiekundige of bij een vrijwilliger van een borstvoedingsorganisatie.
Door Gonneke van Veldhuizen-Staas, IBCLC. Lactatiekundige, lactatiekundig docent, schrijver.