In het kort: Is het AD(H)D en wat kan ik doen?
ADHD (Attention Deficit/(Hyperactivity) Disorder) is veel besproken en beschreven. Maar als je denkt dat je kind misschien wel erg veel gedrag laat zien dat je zou omschrijven als ADHD, of als zijn of haar leerkracht dat veel zegt, wat zijn dan de stappen die je kan ondernemen?
Als eerste kan je zo veel mogelijk te weten komen over AD(H)D. (verwijzing naar basisartikel AD(H)D) Vervolgens is de meest gebruikte eerste stap van ouders een afspraak bij de huisarts. Vanuit de huisarts, met een verwijzing, kan er een kliniek gekozen worden die aansluit bij de wensen en behoeften van je kind en jou als ouder. Maar hoe gaat zo’n onderzoek en waar kan je als ouder zelf ook aan denken?
AD(H)D symptomen of normaal gedrag?
De eerste vraag bij het bekijken van de situatie is je afvragen of het gedrag leeftijdsadequaat is, of te wel, past het gedrag bij de leeftijd van je kind. ADHD kan pas officieel gediagnostiseerd worden vanaf 6 jaar. Toch spreken, bijvoorbeeld leerkrachten, al op kleuterleeftijd over ADHD. Door het veranderende basisschool idee, waarbij de kleuterklassen al echt bij de basisschool horen, kan er gedrag van kleuters verwacht worden waar zij gewoonweg nog niet toe in staat zijn. Kinderen van 4 en 5 jaar zijn nog erg jong en fysiek en mentaal niet in staat om voor een langere periode stil te zitten en één werkje te maken. Maar omdat dit gedrag wel steeds vaker verwacht wordt van deze leeftijdsgroep, kan het gewone gedrag, dat eigenlijk wel past bij de leeftijd, als abnormaal worden gezien. Men gaat verwachten dat kleuters lang stil kunnen zitten en zich kunnen concentreren op één werkje, omdat deze kinderen nu op de basisschool zitten. Een kind van 6 jaar kan zich gemiddeld 10 minuten concentreren op een taak die hij zelf niet heeft uitgekozen. Bij een kleuter is dit dus nog minder lang.
Als ouder mag je je dus best wel afvragen of het gedrag dat je kind laat zien bij zijn leeftijd past. Als een leerkracht zegt dat ze je kind bijvoorbeeld druk, impulsief, of nog erger “vervelend” vindt in de klas, wil nog niet zeggen dat het zo is. Stel je vragen bij dit soort uitspraken als ouder. Pas als je je erin verdiept en zelf ook iets gaat vermoeden, dan kan je de volgende stappen gaan ondernemen.
De kinder- of huisarts
elf duidelijk hebt gemaakt en je hebt verdiept in AD(H)D en je sterk vermoed dat je kind mogelijk ADD/ADHD heeft, kan je een afspraak maken met je kinder- of huisarts. Huisartsen kunnen je vaak verder helpen. Vraag duidelijk aan je huisarts of hij voldoende afweet van AD(H)D of dat hij iemand weet die zich erin heeft gespecialiseerd. Niet alle huisartsen zijn gespecialiseerd genoeg om een goed beeld te krijgen van de situatie. Zij kunnen echter wel doorverwijzen. Uiteindelijk is bijvoorbeeld een GZ-psycholoog in samenwerking met een kind- en jeugdpsychiater nodig, om echt te bepalen of er sprake is van ADHD.
Sommige huisartsen hebben wel de kennis om een duidelijk beeld te vormen van de situatie of zelfs al voorzichtig een diagnose kunnen stellen. Huisartsen kunnen er medicatie voor voorschrijven. Maar aangezien het toch om medicatie en jonge kinderen gaat, is het wel belangrijk om een gespecialiseerde professional de diagnose te laten stellen. Zodat je zeker weet wat er speelt en niet onnodig de keuze voor medicatie moet maken.
Bij veel klinieken en instellingen heb je een verwijzing van je huisarts nodig om door te kunnen gaan. Als dan uit het gesprek met je huisarts blijkt dat er inderdaad kenmerken zijn van AD(H)D, dan kun je advies vragen aan je huisarts. Veel huisartsen zullen klinieken of kind- en jeugdpsychiatrische instellingen in de buurt kennen. Hij kan dan samen met jou beslissen welke bij jullie het beste passen. Je kan daarnaast zelf ook online onderzoek doen naar klinieken bij jou in de buurt, of verder weg. Vaak omschrijven deze klinieken of praktijken hoe ze denken over het kind en omgaan met diagnoses stellen. Door je hierin te verdiepen, kan je misschien makkelijk een kliniek of praktijk vinden die bij je eigen denkbeelden en de eigenheid van je kind past.
De diagnose AD(H)D: door wie en hoe?
Wie kan de diagnose stellen
- Psychiater: kan diagnosticeren, medicatie voorschrijven, begeleiden en advies geven.
- Psycholoog: kan de diagnose stellen, geen medicatie voorschrijven, wel begeleiden.
- Kinder- of huisarts: kan diagnose –informeel- stellen, door kenmerken en symptomen te herkennen en medicatie voorschrijven, maar niet begeleiden.
- (Ortho-)Pedagoog: kan de diagnose – informeel- stellen, herkent kenmerken en symptomen, kan geen medicatie voorschrijven. Zij kunnen wel begeleiden en adviseren, daar zijn ze zelfs in gespecialiseerd.
- Neuroloog: kan de diagnose stellen en medicatie voorschrijven, maar niet begeleiden.
- Maatschappelijk werker: kan diagnose informeel stellen door herkennen van de kenmerken en symptomen, begeleiden en advies geven, maar kan geen medicatie voorschrijven.
Of een professional een formele diagnose kan stellen heeft te maken met hun opleiding en kan meespelen in het wel of niet vergoeden van de medicatie.
Aanmelden en intake
Na het kiezen van een kliniek of praktijk kan je je vaak via een aanmeldingsformulier aanmelden. Dit kan op verschillende manieren gaan. Soms moet je al veel informatie geven op het aanmeldingsformulier, soms wordt er telefonisch meer informatie gevraagd. Bijvoorbeeld een oudervragenlijst, beschrijving van het gedrag in welke situaties, medische geschiedenis of eerdere behandelingen. Aan de hand van deze informatie kan een kliniek of praktijk beslissen of er inderdaad misschien sprake is van AD(H)D en wat zij voor jou daarin kunnen betekenen.
Vervolgens wordt er meestal een intake gepland. Bij deze intake wordt er nog meer informatie gevraagd. Vaak wordt er een anamnese opgesteld. Dit wil zeggen dat je in een gesprek gaat aangeven hoe de ontwikkeling van je kind is verlopen, vanaf zwangerschap/geboorte tot nu.
Anamnese en gedrag vast leggen: het onderzoek
De volgende stap is meestal het vaststellen van het gedrag. Er zullen observaties worden uitgevoerd, gesprekken met kind, gezinsleden en eventueel andere personen die het gedrag hebben gezien en het kunnen omschrijven.
Daarnaast kan er ook worden gekeken naar aanleg. Dan gaan ze kijken naar eventuele biologische aanleg voor ADHD. Aangezien ADHD niet bewezen kan worden met lichamelijke testen, wordt dit gebaseerd op gesprekken met ouders en eventuele medische gegevens. Of te wel: komt het meer voor in de familie?
Een belangrijk onderdeel is dat er gekeken zal worden naar waar, hoe en wanneer het gedrag zich laat zien. Er zal vaak ook worden gekeken naar het algehele gezinsfunctioneren.
Soms wordt er ook een lichamelijk onderzoek gedaan, bestaande uit onder andere een bloedonderzoek en het opmeten van de bloeddruk. Dit wordt vaak ook gedaan om te kijken of er iets speelt dat niet samen zou kunnen met medicatie, of hoe het ook wel genoemd wordt: mogelijke farmacotherapie. Andere lichamelijke onderzoeken zou een EEG kunnen zijn. Dit zal echter alleen worden gedaan als er sprake is van epilepsie in de familie.
De diagnose stellen: Is het AD(H)D of iets anders?
Op basis van deze brede informatie en de gegevens van de DSM-IV, kan uiteindelijk een diagnose gesteld worden.
De DSM-IV (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is een classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is een classificatiesysteem, een etiketsysteem, dat standaard wordt gebruikt in (internationaal) psychiatrisch onderzoek. De DSM heeft een lijst met gedragingen, criteria, gesteld voor AD(H)D. De lijst bestaat uit twee delen, elk van 9 gedragingen, waarvan er 6 of meer aanwezig moeten zijn bij het kind. In de nieuwe versie, DSM-V, gaat het nog maar om 5 van de 9 punten.
Comorbiditeit/Symptomen en kenmerken bij andere stoornissen
Vaak wordt er ook gekeken naar de mogelijke comorbiditeit tussen AD(H)D en andere stoornissen of gedragingen.
Er zijn een aantal stoornissen en gedragsproblemen die samen kunnen gaan met AD(H)D:
- Leerstoornis
- Autistisch spectrum
- Gilles de la Tourette
- Angst- of stemmingsstoornis
- Aanpassingsstoornis
- Hechtingsstoornis
Dit wil niet zeggen dat er altijd sprake is van AD(H)D in combinatie met een stoornis of andere gedragsproblemen. Uit onderzoek blijkt wel dat 50-90% van de kinderen met AD(H)D ook een andere stoornis heeft.
Zorgverzekering: Wat wordt er bij AD(H)D vergoed?
In veel gevallen worden de meeste onderzoeken naar AD(H)D niet vergoed. Je eigen zorgverzekeraar kan hier meer informatie over geven. Soms zitten dit soort onderzoeken in een aanvullende zorgverzekering, meestal niet in een basiszorgverzekering.
Methylfenidaad, de werkende stof in Ritalin, wordt door de meeste zorgverzekeraars vergoed. De andere medicatie zoals Concerta en Straterra worden vaak voor een deel vergoed, met een eigen bijdrage. Melatonine, het medicijn dat vaak wordt gebruik om de bijwerking van AD(H)D medicatie tegen te gaan, slaaptekort, wordt bijna nooit vergoed.
Veel zorgverzekeraars bieden wel aanvullende verzekeringen aan. Andere zorgverzekeraars kunnen problemen hebben met het verzekeren van een persoon met de diagnose AD(H)D.
Wat te doen als je denk dat je kind AD(H)D heeft: de tips
- Verdiep je in de informatie over AD(H)D
- Bespreek je vermoeden met je huisarts, laat je niet afwimpelen, maar laat het ook niet erger lijken.
- Verdiep je in de klinieken en praktijken in de buurt en kies degene die bij jou en je kind past.
- Kies voor een kliniek of praktijk die een breed onderzoek doet, naar alle aspecten kijkt en niet te makkelijk een diagnose stelt. In de meeste gevallen is een breed, goed onderzoek echt nodig om een goede diagnose te kunnen stellen.
- In veel gevallen wordt de medicatie voor AD(H)D vergoed, de diagnose stellen/ het onderzoek niet.