Alternatieve behandelingen van ADHD: van RED-dieet tot neurofeedback.

  • 12 juni 2023
  • Geschreven door: René Dekker
  • Leestijd: 3 minuten

Psychosociale therapie als behandeling van ADHD

Een psychosociale aanpak wil zeggen dat er gehandeld wordt om het gedrag van het kind te beïnvloeden. Hierbij gaat het echter niet alleen om het kind zelf, maar ook om zijn omgeving. Door kind, ouders en eventueel leerkrachten en andere mensen uit de omgeving van het kind te begeleiden, kunnen zij leren omgaan met ADHD. Uit onderzoek is gebleken dat de psychosociale aanpak werkt bij kinderen met ADHD. De aanpak bestaat uit een aantal onderdelen:

  • Psycho-educatie

Dit houdt in dat er voorlichting wordt gegeven over wat ADHD nou eigenlijk is. Welk gedrag, verwachtingen en mogelijkheden zijn er? Door kind, ouder en leerkracht hierover te informeren, wordt het begrip van de situatie vergroot. Op die manier kan een ouder of leerkracht ook leren welk gedrag te verwachten is.

  • Gedragstherapie

Gedragstherapie wilt zeggen dat de ouders en bijvoorbeeld de leerkrachten, het gedrag dat het kind laat zien, gaan proberen te beïnvloeden.  Dit kan bijvoorbeeld door kalm en rustig te reageren op situaties en door het gedrag los te zien van het kind. Het kind is niet ADHD, het kind heeft ADHD en laat daardoor bepaald gedrag zien. Belangrijk bij gedragstherapie is het begrijpen van het kind en zijn gedrag. En de handelingen en reacties, vanuit het kind, ten goede te gebruiken.

Een van de mogelijke technieken is het gebruiken van een puntensysteem, waarbij het kind punten krijgt voor goed gedrag en punten aftrek voor gedrag dat als negatief of ongewenst wordt ervaren. Een voorbeeld hiervan is een taak uitvoeren in de klas. Zolang het kind zich blijft concentreren op de taak krijgt hij punten. Als hij afgeleid wordt en iets anders gaat doen, worden er punten afgetrokken. Uit onderzoek is gebleken dat dit kan werken bij kinderen met ADHD. Kort door de bocht gaat het hierbij enigszins om gedragsbeïnvloeding, gedragsmodificatie. Dus houdt hierbij in de gaten dat een kind geen hondje is dat trucjes kan leren. De beste positieve veranderingen komen doordat het uit het kind zelf komt, of te wel intrinsieke motivatie.

Naast, of in plaats van, een puntensysteem kan er bijvoorbeeld ook met het kind gewerkt worden aan begrip. Het kind kan dan leren te begrijpen wat er gebeurt en hoe hij om kan gaan met situaties waar hij het moeilijk mee heeft. Hetzelfde geldt voor ouders en leerkrachten. Ook zij kunnen leren begrip te hebben en leren hoe ze om kunnen gaan met situaties waar zij moeite mee hebben. Door beide kanten aan te laten geven hoe ze iets ervaren met behulp van ik-boodschappen. Hierbij kan dan aangegeven worden of ze, naar hun mening, het gevoel hebben dat er een grens wordt overschreden. Hierdoor kunnen beide kanten besproken worden, inclusief verwachtingen en grenzen.

Uit onderzoek is gebleken dat een combinatie van medicatie en therapie de meeste vooruitgang boekt. Bij beide geldt wel dat kinderen de veranderingen moeten leren vanuit zichzelf. Hiermee wordt bedoeld dat meerdere kinderen bleken te gaan vertrouwen op bijvoorbeeld de medicatie. Ze gingen ervanuit dat ze pas goed konden werken, als ze een pilletje gehad hadden. En lijkt dus van belang dat het kind leert dat hij zelf veel kan, uit zichzelf en dat medicatie en therapie alleen handvatten zijn om dit te leren.

ADHD: een voedingsmiddelen-allergie, geen stoornis

De afgelopen jaren is er enig onderzoek gedaan naar of en in welke vorm, voeding invloed kan hebben op ADHD. In eerste instantie ging het hierbij om suikers en kleurstoffen. Dat deze twee invloed hebben op ADHD is echter nooit bewezen.

In 2011 heeft de Impact of Nutrition on Children with ADHD (INCA) studie aangetoond dat voeding wel degelijk invloed heeft op ADHD.  Het onderzoek onderzocht 100 kinderen met ADHD tussen de 4-8 jaar, waarbij er 50/50 gebruik werd gemaakt van doelgroep en controlegroep. Na afloop van de studie lieten 60% van de onderzochte kinderen grote gedragsverbeteringen zien en kwamen zij niet meer in aanmerking voor de criteria van ADHD.  De gedragsmetingen werden hierbij uitgevoerd door een geblindeerde kinderarts. In januari 2012 is de studie opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlandse Jeugd Instituut. Daarnaast heeft het PVG-onderzoek (Pelsser-Voeding en Gedrag-onderzoek) erkenning gekregen als bewezen effectieve interventie door de onafhankelijke Erkenningscommissie Interventies.

Op basis van deze studie en het onderzoek is het RED-dieet (Resticted Elimination Diet) ontwikkeld. Dit onderzoek en de behandeling vinden plaats in een Pelsser RED centrum, onder begeleiding van professionals. De totale duur van de behandeling is ongeveer 2 maanden. In de eerste 3 weken wordt het dieet nog niet zozeer aangepast. In de weken daarna, met een max van 5 weken, wordt er een streng dieet aangehouden.  Waarbij er onder andere een PVG-dagboek wordt bijgehouden. Vervolgens is er een vervolgonderzoek, waarin wordt bepaalt op welke specifieke voedingsmiddelen het kind reageert. Er wordt hier gesproken over een onderzoek, omdat RED-dieet ook een soort onderzoek is. Tijdens de behandeling wordt er gekeken of het kind reageert op voedingsmiddelen. Uit onderzoek is gebleken dat niet alle kinderen met ADHD op deze behandeling reageren. Vind meer informatie hierover op adhdenvoeding.nl.

Een reden om te kiezen voor een behandeling zoals hierboven is dat uit het onderzoek zou blijken dat in erg veel gevallen de ADHD echt te behandelen is en zelfs kan verdwijnen. Het RED-dieet zorgt er niet voor dat ADHD geneest, aangezien het kind de rest van zijn leven bepaalde voedingsmiddelen niet meer mag hebben. Dit is dan eerder te vergelijken met een allergie, in plaats van een stoornis.

Alternatief

Er wordt soms ook gebruik gemaakt van alternatieve behandelingen bij ADHD. Veel van deze alternatieve behandelingsvormen lijken te werken, soms bij kleine groepen kinderen en soms bij enkele individuen. Veel van deze alternatieve manieren kunnen niet genoeg wetenschappelijk onderbouwd worden om echt te worden omschreven als een goede, werkende methode voor het begeleiden van een kind met ADHD.

Toch kiezen ouders hier soms wel voor. Belangrijk om aan te denken tijdens het kiezen van een alternatieve behandelingsmethode is dat sommige alternatieve methode een geweldige genezing beloven.  Dit blijkt vaak grootspraak te zijn. Houdt als ouder in je hoofd dat deze manieren vaak niet wetenschappelijk ondersteund kunnen worden. Aan de andere kant zijn er wel succesverhalen te vinden, wat dus aangeeft dat er wel successen geboekt zijn.

Enkele voorbeelden van alternatieve behandelingsvormen zijn:

  • Mindfulness

Tijdens deze trainingen leert een kind zijn aandacht te verbeteren en zijn impulsiviteit en eventueel agressie te reguleren. Daarnaast kunnen ouders een bijbehorende training volgen, waarbij ze leren op een kalme, onbevooroordeelde manier te reageren op hun kind.

  • Homeopathie

Ouders en kinderen kunnen kiezen voor een homeopathisch middel in plaats van de standaard medicatie voor ADHD. Hiervoor kun je als ouder naar een homeopathische arts gaan. Deze kan informatie en advies geven, om vervolgens de juiste homeopathische  geneesmiddelen voor te schrijven.

  • Neurofeedback

Hierbij kan een kind met ADHD  leren om de hersengolven met behulp van oefeningen en spelletjes zelf te beïnvloeden. Zo zouden ze worden getraind op het stimuleren van golven frequenties waarvan bekend is dat ze horen positieve hersenactiviteit. Een kind kan hieraan deelnemen vanaf 5 jaar. Deze vorm van therapie gaat meestal samen met andere vormen, bijvoorbeeld gedragstherapie.

Conclusie

De meningen over de behandeling van ADHD zijn verschillend. Dit kan voortkomen uit de vele vragen rondom ADHD. Over waar het vandaan komt en soms zelfs wat het eigenlijk is. ADHD wordt zowel als neurobiologische stoornis en als gedragsstoornis beschreven. Andere beweren juist dat ADHD een reeks van symptomen is die wij dan ADHD noemen. Op dit moment is de meest gebruikte behandeling medicatie met of zonder therapie. Uit andere onderzoeken lijkt nu echter wel te blijken dat er ook andere mogelijkheden zijn. De kwestie hier lijkt vooral voor te komen uit de verschillen bij de kinderen. Want ja elk kind is uniek en heeft dus zijn eigen versie van gedrag.

Bij het kiezen van een behandeling lijkt het dan ook vooral belangrijk om te kiezen vanuit het kind. Waar voelt het kind zich het prettigste bij en wat geeft hem de mogelijkheid om zich veilig verder te ontwikkelen?