Als jouw kind een ziekte krijgt, is dit niet alleen heel erg naar voor het kind en ouders, maar ook voor de broertjes en zusjes. Als vader of moeder wil je natuurlijk extra aandacht geven aan je zieke kind, maar hoe zorg je ervoor dat jouw andere kinderen zich niet eenzaam voelen? Kom er in dit artikel achter hoe kinderen reageren op de ziekte van hun broertje of zusje en hoe jij er voor al jouw kinderen kunt zijn.
Het gezin op zijn kop
Er verandert veel zodra een broertje of zusje ziek wordt. Uitjes naar de dierentuin en het park worden vervangen door regelmatige ziekenhuisbezoeken. Kinderen moeten vaker overblijven, naar naschoolse opvang en bij familie of vriendjes logeren. Ouders hebben minder tijd om naar een sportwedstrijd of voorstelling te komen en ieder gezinslid is emotioneler dan normaal.
De relatie tussen de kinderen onderling verandert ook. Soms wordt het contact intensiever omdat het gezonde broertje of zusje zich beschermend gedraagt en veel wilt helpen. Bij anderen krijgen de kinderen juist meer ruzie. Verder heeft het zieke broertje of zusje minder energie om samen te spelen en het gezonde kind is meer op zichzelf aangewezen.
Bedplassers, muurbloempjes en rebellen
Hoe kinderen reageren op deze veranderingen hangt sterk af van hun persoonlijkheid. Een van de gevolgen kan bijvoorbeeld zijn dat ze zich eenzaam voelen. De kinderen missen hun broertje of zusje, hun ouders en de aandacht die ze voorheen wel kregen.
Soms trekken broertjes en zusjes zich terug en keren in zichzelf, terwijl andere juist in het rond gaan trappen en door middel van hun gedrag om extra aandacht vragen. Verder maken broertjes en zusjes zich vaak zorgen over de ziekte, waardoor ze afgeleid kunnen raken van school en misschien minder goed presteren dan voorheen. Weer een andere groep kinderen zal zijn emoties van verdriet, angst en spanning juist lichamelijk uiten en krijgen buikpijn, hoofdpijn of plassen in bed.
Als kinderen altijd al, of op zeer jonge leeftijd, ziek zijn geworden, heeft dit minder impact op zijn gezonde broertjes en zusjes. Zij ervaren hun thuissituatie vaak als normaal, zijn eraan gewend dat hun broertje of zusje ziek is en weten, simpel gezegd, niet beter. In tegenstelling van hen, kunnen andere kinderen juist schaamte voelen en durven misschien geen vriendjes of vriendinnetjes mee naar huis te nemen.
Tieners hebben hun eigen unieke reactie. Kinderen die voorheen heel meegaand waren, kunnen wanneer ze in de pubertijd terecht komen plots rebels gedrag vertonen om hun thuissituatie te ontvluchten. In sommige gevallen lijdt dit tot extreem gedrag zoals het hebben van seks, alcohol drinken en drugsgebruik. Andere tieners gaan juist extreem hun best doen op school en behalen de ene na de andere prestatie.
Verslechtering van de kwaliteit van het leven
De Universiteit van Amsterdam heeft in 2004 onderzoek gedaan naar de impact op het gezonde kind wanneer zijn broer of zus kanker krijgt. Ongeveer honderd broers of zussen tussen de 7 en 18 jaar werden onderzocht en ondervraagd. Uit dit onderzoek bleek dat zij 6 maanden nadat de ziekte was vastgesteld bij hun broer of zus, de meeste problemen ervoeren. ‘De kwaliteit van leven is bij hen verminderd. Zowel in emotioneel als in fysiek opzicht gaat het slechter en zijn ze minder vrolijk’, aldus het onderzoek. De daarop volgende maanden ging het juist weer beter met deze kinderen, tweederde van de ondervraagden kon weer normaal functioneren. Een derde had na twee jaar nog last van emotionele, lichamelijke en cognitieve problemen.
Duidelijke informatie verschaffen
Om jouw kind te helpen om te gaan met de ziekte van een broertje of zusjes is het allereerst van belang dat je ze goed uitlegt wat de ziekte inhoudt. Kinderen hebben vaak veel vragen. Bereid je daarom voor op vragen als: ‘Waarom is hij ziek?’, ‘Waarom ben ik niet ziek?’, ‘Gaat hij dood?’, etc. Het is belangrijk dat je duidelijk en eerlijk antwoord geeft.
Soms verzwijgen ouders dat de ziekte van het broertje of zusje terminaal is. Toch is open communicatie cruciaal. Als kinderen met vragen zitten waarop zij geen antwoord krijgen, kunnen ze zich buitengesloten voelen, maken ze zich nog meer zorgen of creëren ze soms vreselijke fantasieën of wat de ziekte inhoudt.
Zodra kinderen ouder worden kan het zijn dat ze nieuwe, moeilijkere vragen stellen over de ziekte van hun broer/zus. Als je zelf goed geïnformeerd bent, kun je deze vragen makkelijker beantwoorden.
Emoties uiten
Het cruciaal om jouw kinderen te helpen met het uiten van hun gevoelens. Vaak verzwijgen broers en zussen van zieke kinderen hun eigen problemen omdat ze hun ouders niet nog meer willen belasten. Het is de taak van de ouders om duidelijk te maken dat ze altijd bij jullie terecht kunnen. Als jouw kind niet uit zichzelf begint te praten, stel hem dan een vraag. Bijvoorbeeld: ‘Hoe denk jij dat het is om in een ziekenhuis te liggen?’ of ‘Mis je jouw broer erg?’. Op deze manier laat je zien dat je geïnteresseerd bent in zijn of haar gevoelens en komt een gesprek makkelijker op gang.
Neem de tijd voor jouw kind, ga niet in gesprek terwijl je ook ergens anders mee bezig bent, zoals koken of schoonmaken. Laat je lichaamstaal spreken, zorg voor een liefdevolle gelaatsuitdrukking en richt je lichaam tot jouw kind. Om kinderen het gevoel te geven dat ze alles bij jou kwijt kunnen, moet je vooral laten blijken dat geen enkele vraag dom is. Laat verder je kind uitpraten en oordeel niet. Als je dat wel (onbedoeld) doet, zal jouw kind zich minder veilig voelen en in de toekomst wellicht minder met jou praten over zijn of haar gevoelens.
Aandacht geven
Broertjes en zusjes van zieke kinderen missen vaak aandacht die ze voorheen wel kregen. Hoe stressvol de ziekte van jouw andere kind ook is, zorg ervoor dat je genoeg tijd vrijmaakt voor jouw gezonde kinderen. Kinderen willen niets liever dan positieve aandacht van hun ouders. Onderneem daarom activiteiten die specifiek leuk zijn voor hen en die geen directe koppeling hebben met de ziekte van hun broertje of zusje.
Blijvende emotionele schade voorkomen
Zoals eerder gesteld, is uit onderzoek gebleken dat een derde van de kinderen die een broer of zus met kanker hebben, na twee jaar nog steeds last hebben van verschillende problemen. Om het risico hierop te verlagen, is het volgens de onderzoekers beter als ouders en kinderen een zogeheten ‘predictive coping-strategie’ toepassen. Dat wil zeggen dat het gezin moet proberen om optimistisch te denken, te vertrouwen op behandelaars en op de voortgang van de wetenschap. Op die manier worden negatieve gevoelens ingeperkt. Wat je als ouder vooral moet voorkomen is dat jouw kinderen op internet opzoek gaan naar informatie over de ziekte, de kans is groot dat ze online veel beangstigende informatie vinden.
Als de ziekte terminaal is
Als er een moment komt waarop jullie definitief afscheid moeten nemen, is dit natuurlijk heel moeilijk voor iedereen. Probeer al jouw kinderen hierin te betrekken, hoe jong ze ook zijn. Als jullie als gezin samen door dit proces gaan, kan dit jullie onderlinge band versterken. Broers en zussen hebben vaak een unieke relatie die anders in elkaar steekt dan die tussen ouder en kind, bied daarom ook ruimte aan jouw kinderen om op hun eigen manier afscheid te nemen. Als je wilt weten hoe het rouwproces bij kinderen precies in elkaar steekt, lees dan dit artikel.
Samengevat
Ieder kind reageert op een andere manier wanneer een broertje of zusje ernstig ziek is. Ouders kunnen hun kinderen helpen door hen goed te informeren over de ziekte, hen leren gevoelens te uiten en extra aandacht te geven. Soms houden kinderen blijvende schade over aan deze situatie, maar een positieve sfeer verkleint het risico hierop. Als er een moment komt waarop er definitief afscheid genomen moet worden, gun iedereen dan de kans om dat op zijn of haar eigen manier te doen. Zorg dat al jouw kinderen zich betrokken voelen en ga op die manier gevoelens van eenzaamheid tegen.